Veredelen begint bij de bloem

Bij aardappelveredeling draait alles om het maken van sterke, gezonde en toekomstbestendige rassen. Dat proces begint niet onder de grond, maar juist bóven de grond — bij de bloem.

Een aardappelplant heeft zowel mannelijke als vrouwelijke eigenschappen. Het stuifmeel fungeert als de ā€œvaderā€, de eicel als de ā€œmoederā€. Binnen de veredeling spreken we daarbij vaak over een geniteur: een ras of plant die specifieke eigenschappen levert, zoals resistentie, opbrengst of kwaliteit.

Om de volledige energie van de plant naar de bloemvorming te sturen, worden geselecteerde geniteurs letterlijk ā€œonder de grond geplaagdā€. De plant wordt op een steen gezet zodat er nauwelijks knolvorming plaatsvindt. Hierdoor gaat vrijwel alle energie naar het bovengrondse deel van de plant. De planten groeien langs draden omhoog en kunnen wel 2,5 meter hoog worden.

Aan deze planten ontstaan bloemtrossen. Vervolgens vindt handmatige bestuiving plaats. Na de bestuiving ontstaat een bes aan het loof — een kleine groene vrucht die sterk lijkt op een tomaat. Dat is niet vreemd: de aardappel behoort, net als de tomaat, tot de nachtschadefamilie.

Van zaadje tot nieuw aardappelras

58

Jaar
ervaring

De geoogste zaden worden in potten gezaaid in de kas. Hieruit ontstaan de eerste kleine plantjes: de zogenaamde kasklonen. Deze planten vormen mini-knollen die later weer worden uitgeplant.

Vanaf dat moment begint het echte selectieproces.

De jonge aardappelen worden uitgeplant op proefvelden, waar gekeken wordt naar eigenschappen zoals:

  • Resistentie tegen ziekten en virussen
  • Opbrengst
  • Bewaarbaarheid
  • Verwerkingseigenschappen
  • Kleur, vorm en kwaliteit
  • Geschiktheid voor zetmeel, friet of chips

Slechts een heel klein deel van alle zaailingen blijkt uiteindelijk interessant genoeg om verder mee te gaan. Juist die strenge selectie vormt de basis van sterke rassen.

99,9% van ons werk is selecteren en weggooien.

Roelof Sloots

Focus op resistentie

Binnen Sloots Aardappelkweekbedrijf ligt een sterke focus op resistenties. Niet alleen omdat dit belangrijk is voor de teler, maar vooral omdat de sector steeds hogere eisen stelt aan duurzaamheid, betrouwbaarheid en teeltzekerheid.

Door te veredelen op natuurlijke resistenties kunnen rassen beter omgaan met:

  • Phytophthora
  • Virussen
  • Aaltjes
  • Schurft
  • Droogte- of stressomstandigheden

Sterke resistenties spelen daarin een steeds grotere rol. Minder ziektedruk betekent immers stabielere teelten, lagere risico’s en een betrouwbaarder eindproduct. Daarom werkt Sloots continu aan rassen die aansluiten bij de praktijk Ć©n bij de eisen van de markt.

Praktijk begint buiten

De proefvelden vormen het hart van de selectie. Hier wordt zichtbaar welke genetica daadwerkelijk presteert onder praktijkomstandigheden.

Op verschillende locaties worden jaarlijks duizenden zaailingen en selecties beoordeeld.

Wat is er te zien op de proefvelden?

Afhankelijk van het moment in het seizoen zijn onder andere zichtbaar:

  • Verschillen in loofontwikkeling
  • Resistentie tegen ziekten
  • Knolzetting en uniformiteit
  • Kleur- en kwaliteitsverschillen
  • Bewaar- en verwerkingseigenschappen
  • Vergelijkingen tussen rassen en selecties

Juist in het veld wordt duidelijk welke planten potentie hebben — en welke direct afvallen.

Wanneer zijn de proefvelden interessant?

Bezoek de proefvelden

GeĆÆnteresseerd in onze veredeling, selecties of rassen? Bezoek onze proefvelden op afspraak of tijdens georganiseerde demonstratie- en selectiedagen.